wdh

Huisarts en toetsgroep

Toetsgroepen hebben vergeleken met frontaal onderwijs een hoog rendement. In een veilige omgeving leert men van elkaar. Het is mogelijk om handelwijze die buiten het groepsgemiddelde ligt, denk aan meer of juist heel weinig voorschrijven van antibiotica, of verwijsbeleid met elkaar te bespreken. Meestal kun je met de uitkomsten van het toetsgroepoverleg direct aan de slag. Vanwege het relatief hoge rendement van nascholing in toetsgroepen zal met ‘Het Roer Moet Om ‘ het aantal toetsgroepuren per jaar worden uitgebreid. Dat maakt het deelnemen aan toetsgroepen voor huisartsen nog belangrijker dan het al was.

Er zijn toetsgroepen voortgekomen uit het Farmacotherapie-overleg (FTO). Daarvan zijn verschillende niveaus. Het hoogste niveau is dat men niet alleen aan de hand van onderwijsmateriaal de handelwijze bespreekt die in de NHG-Standaard wordt aangegeven, maar dat ook gekeken wordt naar de voorschriften van de huisartsen zelf. Dat veronderstelt het nodige voorwerk van de apotheker die zo mogelijk per praktijk/huisarts gegevens moet aanleveren. Die verschillen worden dan inzichtelijk en onderwerp van toetsing. Idealiter is er na bijvoorbeeld een half jaar een evaluatie van de bijeenkomst, waarin wordt aangegeven wat de deelnemers hebben aangepakt en wat ervan terecht gekomen is. Minder antibiotica of juist andere voorschriften afhankelijk van de afspraken tijdens het FTO.

Aan de kant van de diagnostiek kent men het Diagnostisch Toets overleg (DTO). Het gaat om het aanvragen van aanvullende diagnostiek via de klinisch chemicus of radiodiagnostiek. Ook hier kijkt men wat de landelijke aanbevelingen zijn voor diagnostiek bij een bepaalde aandoening. Denk aan bloedonderzoek bij moeheid. Wat is zinvol en wat heeft weinig meerwaarde. Vervolgens koppelt de klinisch chemicus de aanvragen per huisartsenpraktijk, zodat deze vergelijkbaar zijn. Na bijvoorbeeld 6 maanden worden de afspraken tijdens het DTO geëvalueerd om veranderingen te kunnen signaleren.

Bij intervisie gaat het om een kleinere groep van ongeveer 6 personen, die onderwerpen inbrengen vanuit hun persoonlijk functioneren. Denk aan inhoudelijke onderwerpen als het omgaan met euthanasie of organisatorische aspecten zoals het aansturen van assistentes dan wel problemen in de samenwerking met collega´s. Veel huisartsen hebben in de opleiding tot huisartsen te maken gehad met super/ en intervisie en gaan met een groep door na hun registratie. De groepen werken volgens een gestructureerde methode zoals de roddelmethode of de eclectische methode. Bij voorkeur staat een intervisiegroep onder leiding van een daarin gespecialiseerde begeleider (bijvoorbeeld psycholoog).

Bij iedere vorm van toetsgroep is het belangrijk dat de toetsgroep voldoet aan de in GAIA gestelde regels. Zoals leiding van een EKC, een minimaal aantal bijeenkomsten van twee per jaar en tenminste drie vaste leden (zie onder) Neem contact op met het WDH-buro als u niet deelneemt aan een toetsgroep en vraag naar de mogelijkheden.

Huisartsen die deelnemen aan een toetsgroep waarbij de EKC niet geregistreerd is bij het CHBB lopen het risico dat er geen toetsgroeppunten worden bijgeschreven in hun persoonlijk dossier en dat daarmee hun herregistratie op termijn in gevaar kan komen. Zie www.chbb.nl

Supervisie is een gestructureerde vorm van begeleiding door een supervisor die geregistreerd is bij het NHG en kan zowel individueel als met een klein groepje. De procedure en accreditatie loopt via het NHG.

Nascholingsmateriaal voor toetsgroepen vindt u onder :

"Nascholingsmateriaal" EKC-Toetsgroepen >>
Aanmelden database i.v.m. toetsgroep >>