Werkafspraak obesitas
Inhoudsopgave
_____________________________________________________________
Deel 1: Kennis
Begrippen
BMI: Body Mass Index, gewicht/lengte2
Obesitas volwassenen: BMI> 30
Overgewicht volwassenen: BMI≥ 25 en < 30
Obesitas kinderen: Bij kinderen is de definitie voor overgewicht en obesitas afhankelijk van de leeftijd en het geslacht. (zie Tabel 2)
Algemeen
De NHG standaard obesitas (M95) is een richtlijn voor huisartsen die gebaseerd is op de CBO consensus obesitas uit 2008. Men heeft gekozen de NHG richtlijn te beperken tot obesitas. Deze richtlijn is eveneens van toepassing bij volwassenen met overgewicht, indien dit gepaard gaat met een ernstig vergrote buikomvang of met comorbiditeit die met het overgewicht samenhangt. Omdat er een vergelijkbaar verhoogd risico op morbiditeit en mortaliteit bestaat, is hierbij eenzelfde beleid als bij obesitas gerechtvaardigd.
| Tabel 1: kernboodschappen NHG standaard obesitas |
|
De definitie van obesitas volgens de WHO is als volgt:
Obesitas is een chronische ziekte waarbij er een zodanige overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico's.
- Obesitas is een ziekte: dat betekent dat er medische aandacht op het gebied van preventie, diagnostiek en behandeling voor nodig is en dat deze toestand niet alleen maar beschouwd kan worden als een ongemak.
- Deze ziekte is chronisch: dit houdt in feite in dat obesitas een levenslang probleem is, waarvoor voortdurende aandacht nodig is en op dit moment geen genezing bestaat.
- De vetstapeling moet zodanig zijn dat dit leidt tot gezondheidsproblemen: dit verwijst naar de totale hoeveelheid lichaamsvet enerzijds en de vetverdeling anderzijds.
Pathofysiologie
Gewichtstoename ontstaat door een langdurige, veelal subtiele, onevenwichtigheid in de energiebalans. Biologische, psychosociale en genetische factoren spelen een rol bij het ontstaan van obesitas. De omgevings- en individuele gedragsfactoren worden als belangrijkste oorzaken beschouwd voor de verstoorde energiebalans en daarmee voor de toename van het voorkomen van obesitas. Van een aantal ziektebeelden (hypothyreoïdie, syndroom van Down, syndroom van Cushing) is bekend dat zij gepaard gaan met gewichtstoename. De gewichtstoename door een onderliggende aandoening is echter, net als bij het gebruik van geneesmiddelen zoals antidiabetica, antidepressiva en corticosteroïden, beperkt en zeker niet de belangrijkste oorzaak voor de gewichtstoename.
De genetische factoren bestaan voor een klein deel (1-5%) uit zeldzame syndromen. Verder spelen genetische factoren vooral een rol bij de vorming van vetweefsel en bij het reguleren van het honger- en verzadigingsgevoel. Genetische aspecten verklaren deels de aanleg om dik te worden en individuele verschillen hierin. De toename van obesitas in de afgelopen jaren kan hierdoor echter niet worden verklaard. Ons genetisch materiaal is namelijk de afgelopen eeuw weinig veranderd. Op dit moment onderzoekt men de interacties tussen voeding en genetica. Hierbij hoeft niet het DNA te veranderen, maar kunnen modificaties in de DNAstructuur optreden (epigenetische factoren). Mogelijk dat deze interacties een deel van de trend in overgewicht verklaren.
Het cardiovasculaire risico van obesitas wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat het (intra-abdominale) vet geen inert weefsel is maar een actief orgaan. Naast het opslaan van vet produceert dit vetweefsel ook diverse stoffen die betrokken zijn bij het glucose- en lipidenmetabolisme, ontstekingsmechanismen, endotheeldisfunctie, immuniteitstoornissen en atherogenese. Deze mechanismen dragen bij aan de toegenomen ontwikkeling van zowel cardiovasculaire risicofactoren als aan het ontstaan van kanker, astma en subfertiliteit.
Risico obesitas volwassen
Het eerder beschreven risico (bij obesitas) op comorbiditeit is hoger bij een toename van de BMI. Tabel 2 geeft de classificatie van overgewicht/obesitas weer bij volwassenen en het daarbij behorend risico op comorbiditeit.
Bij volwassenen wordt bovendien de buikomvang bepaald aangezien deze omvang een goede afgeleide maat is voor de vetverdeling. Het cardiovasculaire risico wordt immers met name bepaald door de hoeveelheid intra-abdominale vet. In Tabel 3 wordt de classificatie van de buikomvang bij volwassenen weergegeven.
| Tabel 2. Classificatie van BMI bij volwassenen. |
|
|
| Normaal gewicht |
BMI | 18,5 - 24,9 |
| Overgewicht |
BMI |
25 - 29,9 |
| Obesitas |
BMI |
30 - 39,9 |
| Morbide obesitas |
BMI |
≥ 40 |
|
Tabel 3. Classificatie van buikomvang bij volwassenen.
|
|
|
|
|
Mannen
|
Vrouwen
|
| Normale buikomvang |
≤ 94 cm |
≤ 80 cm |
| Vergrote buikomvang |
94-102 cm |
80-88 cm |
| Ernstig vergrote buikomvang |
≥ 102 cm |
≥ 88 cm |
- patiënt staat rechtop met de voeten ongeveer 25-30 cm uit elkaar.
- meting halverwege laagste punt van de onderste rib en bovenvoorzijde van de bekkenkam.
- meting op blote huid, na een normale uitademing, zonder dat de centimeter druk uitoefent op de huid- meet met de centimeter recht over de buik.
|
Het meetlint zal, zeker bij obesen, niet altijd over de navel lopen!
|
|
Risico obesitas kinderen
Obesitas bij kinderen kan ernstige gevolgen hebben, zowel op korte als op lange termijn. Het is al langer bekend dat obese kinderen meestal obese volwassenen worden. Steeds duidelijker wordt echter dat de comorbiditeit ook bij obese kinderen al aanzienlijk kan zijn.
Diabetes type 2, insulineresistentie, lipidenstoornissen en een verhoogde bloeddruk komen in deze groep relatief vaak voor. In een onderzoek onder 155 (niet morbide) obese kinderen die een speciale polikliniek voor obese kinderen bezochten bleek dat 20% van de kinderen een verhoogde nuchtere glucose had. Bij 80% was al sprake van insulineresistentie. Meer dan 90% van de kinderen had al 1 cardiovasculaire risicofactor (Figuur 1). Deze uitkomsten komen overeen met andere buitenlandse onderzoeken.
|
Tabel 4. BMI classificatie kinderen
|
|
jongens
|
|
|
|
meisjes
|
|
|
|
| leeftijd |
Graad 1 obesitas |
Graad 2 obesitas |
Graad 3 obesitas |
leeftijd |
Graad 1 obesitas |
Graad 2 obesitas |
Graad 3 obesitas |
| 2 |
20,1 |
22,5 |
23,6 |
2 |
19,8 |
21,9 |
23,4 |
| 3 |
19,6 |
21,2 |
22,2 |
3 |
19,4 |
21,5 |
23,2 |
| 4 |
19,3 |
20,7 |
21,7 |
4 |
19,2 |
21,6 |
23,5 |
| 5 |
19,3 |
20,6 |
21,7 |
5 |
19,2 |
22,0 |
24,2 |
| 6 |
19,8 |
21,0 |
22,2 |
6 |
19,7 |
22,8 |
25,5 |
| 7 |
20,6 |
21,7 |
23,2 |
7 |
20,5 |
24,0 |
27,4 |
| 8 |
21,6 |
23,0 |
24,9 |
8 |
21,6 |
25,6 |
29,8 |
| 9 | 22,8 | 24,6 | 27,0 | 9 | 22,8 | 27,2 | 32,3 |
| 10 | 24,0 | 26,4 | 29,5 | 10 | 24,1 | 28,8 | 34,6 |
| 11 | 25,1 | 28,3 | 32,2 | 11 | 25,4 | 30,3 | 36,5 |
| 12 | 26,0 | 30,2 | 34,8 | 12 | 26,7 | 31,6 | 38,0 |
| 13 | 26,8 | 31,8 | 36,9 | 13 | 27,8 | 32,6 | 38,9 |
| 14 | 27,6 | 32,9 | 38,4 | 14 | 28,6 | 33,3 | 39,4 |
| 15 | 28,3 | 33,7 | 39,1 | 15 | 29,1 | 33,9 | 39,7 |
| 16 | 28,9 | 34,2 | 39,5 | 16 | 29,4 | 34,3 | 39,9 |
| 17 | 29,4 | 34,6 | 39,8 | 17 | 29,7 | 34,7 | 39,9 |
| 18 | 30,0 | 35,0 | 40,0 | 18 | 30,0 | 35,0 | 40,0 |
| Figuur 1. Comorbiditeit bij obese kinderen onderzoek Meander Medisch Centrum Amersfoort |
|
the results of a pilot study; Family Practice (2008) 25 (suppl 1): i75-i78)
_____________________________________________________________
Deel 2: Consult
Diagnostiek volwassenen
Diagnostiek vindt plaats bij volwassenen:
- die zelf ondersteuning vragen bij gewichtsvermindering;
óf
- die comorbiditeit hebben waarbij gewichtsverlies van belang is, zoals diabetes mellitus type 2, cardiovasculaire aandoeningen, verhoogd cardiovasculair risico, artrose ofslaapapneu.
óf
- waarbij de huisarts een aanleiding ziet het gewicht aan de orde te stellen
De huisarts meet lengte, gewicht (evt. met lichte kleding) en bepaalt de BMI. Op de NHG site is een BMI calculator beschikbaar.
De buikomvangmeting bij volwassenen wordt niet alleen gebruikt voor de diagnose maar ook om het effect van een interventie te beoordelen. De meting is alleen betrouwbaar indien deze steeds op dezelfde manier wordt uitgevoerd.
Diagnostiek kinderen
Diagnostiek vindt plaats bij kinderen:
- die zelf (of bij wie de ouders/verzorgers) ondersteuning vragen bij gewichtsvermindering;
óf
- die verwezen worden door de jeugdgezondheidszorg of een andere eerstelijns voorziening in verband met obesitas of overgewicht;
óf
- waarbij pathologie/risicofactoren zijn vastgesteld waarbij een relatief hoog lichaamsgewicht een rol kan spelen;
óf
- die obees ogen, ongeacht waarvoor zij op het spreekuur komen.
Aangezien er geen internationaal geaccepteerde afkapwaarden voor de buikomvang van kinderen zijn wordt de buikomvang bij kinderen alleen gebruikt om de effect van een interventie te beoordelen.
Aanvullende anamneseDeze uitgebreide anamnese is met name belangrijk voor het bepalen van het beleid.
De huisarts vraagt naar:
Symptomen van onderliggende oorzaken:
- Chronische ziekte(n) met bewegingsbeperking.
- Hypothyreoïdie: vermoeidheid, traagheid, droge huid, kouwelijkheid en menstruatiestoornissen.
- Psychische aandoeningen samenhangend met obesitas: depressie, eetstoornissen.
- Psychosociale problematiek: negatief zelfbeeld; schulden.
- Polycysteus ovarium syndroom: hirsutisme, irregulaire menses, acne.
- Geneesmiddelgebruik: antidiabetica, antidepressiva, corticosteroïden, bètablokkers.
- Familiaire factoren: gewicht van de rest van het gezin, familiehistorie van obesitas en comorbiditeit, etniciteit.
- Voeding: voedingsdagboek en bewegingsdagboek, alcoholgebruik.
- Dyspnoe.
- Pijn in gewrichten van knie of heup.
- Symptomen van slaapapneu: snurken, stokkende ademhaling tijdens slapen (heteroanamnese), moeheid overdag.
- De persoonlijke motivatie om gewichtsverlies te bereiken.
- Wil de patiënt tijd en energie steken in een gezonde leefstijl.
- Wat er tot nu toe is ondernomen aan een behandeling van obesitas (eerdere diëten, medicatie, jojoën) en inventariseer waarom deze mislukten en bespreek hoe dit te ondervangen is.
- Psychosociale problematiek: gezin, school, gedragsproblematiek, geplaagd worden, opvoedingsproblemen.
- Groeicurve (ouders laten opvragen bij jeugdgezondheidszorg): kleine gestalte of afbuiging van de curve kan duiden op hypothyreoïdie, groeihormoondeficiëntie, skeletdysplasie.
- Opvattingen bij ouders van patiënt over een goed en gezond gewicht.
Volwassenen
Stel het Cardiovasculair risicoprofiel op en screen op diabetes.
Concreet houdt dat in:
1. Meet de bloeddruk.
2. Bepaal:
- nuchter lipidenspectrum: totaal cholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol TC/HDL-ratio en triglyceriden, en indien behandeling van verhoogde bloeddruk: serumcreatinine en serumkalium- nuchter glucosegehalte.
- eventueel ECG en urineonderzoek op microalbuminurie.
- bij vermoeden van hypothyreoïdie TSH en vrij T4.
Kinderen
In de NHG standaard is er voor gekozen om bij kinderen alleen de nuchtere glucose te bepalen. Een nuchtere glucose van ≥ 5,6 mmol/l vraagt om verder onderzoek.
Er zijn voor obese kinderen van 10 jaar en ouder zijn afkapwaarden geformuleerd voor een verhoogd cardiovasculair risico. Hiervoor worden zowel de glucose als de triglyceriden en het HDL-cholesterol bepaald. Tevens wordt de bloeddruk gemeten met manchetten passend bij de armomtrek. Bij kinderen jonger dan 10 jaar worden geen bepalingen aangeraden, omdat er geen afkapwaarden beschikbaar zijn. Het is de vraag of deze bepalingen door de huisarts moeten worden uitgevoerd omdat een afwijkende bloeddruk of dyslipidemie geen directe invloed heeft op het beleid. Deze uitslagen zullen echter vaak worden vermeld indien het kind, op grond van de diagnose obesitas, gezien wordt door de kinderarts.
|
Tabel 5: Afkapwaarden voor verhoogd cardiovasculair risico bij kinderen volgens IDF(International Diabetes Federation)
|
| Leeftijd |
Triglyceriden |
HDL-cholesterol |
Bloeddruk |
Clucose |
| < 10 jaar |
- |
- |
- |
- |
| 10 - < 16 jaar |
≥ 1,7 mmol/l | < 1,03 mmol/l | Syst ≥ 130 mmHg Diast ≥ 85 nnHg |
≥ 5,6 mmol/l |
| 16* jaar |
idem | < 1,03 mmol/l voor mannen < 1,29 mmol/l voor vrouwen |
idem | idem |
Verwijzing Volwassenen De huisarts verwijst:
- bij een vermoeden van een onderliggende oorzaak waar specialistisch onderzoek nodig is, zoals hypothalamus beschadiging.
- na afweging samen met de patiënt van voor- en nadelen van chirurgische behandeling, naar een ziekenhuis met ruime ervaring met bariatrische chirurgie.
* Bij acanthosis nigricans is sprake van hyperpigmentatie en verdikking van de huid, vooral gelokaliseerd in de nek, oksels, liezen, ellebogen of knieën. Acanthosis nigricans is geassocieerd met het voorkomen van hyperinsulinaemie of insulineresistentie en ook met diabetes mellitus type 2.
Acanthosis Nigricans
De behandeling
De behandeling van de cardiovasculaire risicofactoren wordt beschreven in de desbetreffende NHG standaarden.
De behandeling van de obesitas zelf kan bestaan uit de volgende factoren:
A niet medicamenteuze behandeling (voorlichting, individueel behandelingsplan waarbij voeding, beweging, gedrag/opvoeding een rol spelen).
B medicamenteuze behandeling.
C chirurgische behandeling.
Niet medicamenteuze behandeling
Algemene voorlichting:
- Gewichtsverlies van 5-10% geeft al een aanzienlijke gezondheidswinst (zoals 50% minder kans op diabetes type 2, bloeddrukdaling en lipiden verbetering). Gezondheidswinst moet het doel zijn van de behandeling, slank worden zal (voor de meeste volwassenen) niet haalbaar zijn.
- De oorzaak ligt doorgaans in een verstoring van de energiebalans. Deze balans is een nauw samenspel van energie-inname en -gebruik. Ook een minimale positieve energiebalans kan op den duur obesitas veroorzaken.
- Meer lichamelijke activiteit zonder gewichtsverlies kan ook een aanzienlijk deel van de risico’s wegnemen.
- Behoud van gewichtsverlies behoeft een blijvende aanpassing van de leefstijl: voeding, beweging en gedrag.
- Partner en gezin moeten bij de behandeling betrokken worden, omdat deze vaak dezelfde eet- en leefgewoonten hebben. Dit is van belang voor de behandeling van de patiënt en kan ook positieve effecten hebben op de leefstijl van het systeem.
- Het risico op diabetes en hart- en vaatziekten is sterk verhoogd, maar ook het risico op galstenen en meerdere vormen van kanker is groter dan bij mensen met een normaal gewicht.
-
Vrouwen met obesitas hebben een verminderde kans op een zwangerschap en zowel de zwangerschap als de bevalling gaan vaker gepaard met complicaties. Bovendien zal het kind een verhoogde kans op overgewicht hebben bij het bereiken van de volwassen leeftijd.
- Een gezonde leefstijl geeft gezondheidswinst, ook als het kind niet direct gewicht verliest.
- Gewichtsverlies en -behoud is niet gemakkelijk. Het heeft tijd nodig en het kind heeft de hulp nodig van zowel de ouders als de rest van het systeem (familie, school).
- Bij een toenemende lengte kan gewichtsbehoud succesvol genoemd worden, omdat de BMI afneemt.
Het is belangrijk dat het behandelplan past bij de individuele behoeften van de volwassenen of het kind. De basis is de trias voeding/beweging en gedrag.
- De huisarts adviseert het gebruik van gezonde voeding, samengesteld volgens de ‘Richtlijnen Goede Voeding’. (zie www.voedingscentrum.nl)
- De huisarts adviseert volgens de Nederlandse ‘Norm Gezond Bewegen’ ( zie figuur 2) (matig intensief bewegen + ademhaling is versneld, praten is nog mogelijk)
-
De huisarts legt uit dat (cognitieve) gedragstherapie een gunstig effect heeft bij mensen met obesitas, vooral in combinatie met dieet en bewegen. Ook opvoedondersteuning kan een belangrijke rol spelen.
| Figuur 2: Nederlandse Norm Gezond Bewegen |
|
Leeftijdscategorie
|
Norm
|
| Jeugd (< 18 jr) |
Dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit |
| Volwassenen (18-55 jr) |
Een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, bij voorkeur alle dagen van de week. Indien overgewicht een uur ! |
| Ouderen (55+) |
Een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, bijvoorkeur alle dagen van de week. |
| Niet-actieven |
Elke extra hoeveelheid lichaamsbeweging meegenomen |
Extra noten bij behandeling: 1. De huisarts verwijst indien blijvende gewichtsvermindering en/of -behoud niet lukt of de patiënt een intensievere begeleiding nodig heeft naar een diëtiste, fysiotherapeut of gedragstherapeut. Bij voorkeur wordt gezocht naar een 1e lijns samenwerkingsverband.
|
|
Duur | Doel | Frequentie |
| Fase 1 | 1 jaar | Begeleiding bij gewichtsverlies |
Minimaal eens per 3 maanden |
| Fase 2 | 1 jaar | Intensieve begeleiding bij gewichtsbehoud en leefstijlaanpassing |
Minimaal eens per 3 maanden |
| Fase 3 | Langdurig | Minder intensieve begeleiding gericht op gewicht behoud |
Halfjaarlijkse controle |
2. Inhoud consult:
- Lengte (bij kinderen), gewicht en buikomvang.
- Bespreek het behandelplan en de daarin geformuleerde doelen.
- Beoordeel de motivatie en in hoeverre het doel van de behandeling behaald is.
- De huisarts beoordeelt regelmatig of een kind dat eerder bij de kinderarts was en toen geen comorbiditeit of tekenen van oorzakelijke pathologie had, opnieuw door de kinderarts moet worden gezien omdat de reden daarvoor ondertussen wel ontstaan is.
- Wanneer de huisarts zelf de diagnostiek en behandeling gestart is, zal de huisarts, indien het gewichtsverlies na 6 maanden voor uitgegroeide kinderen < 10% en voor niet uitgegroeide kinderen <5% is óf cardiovasculaire risicofactoren verslechteren óf aanwijzingen voor oorzakelijke pathologie ontstaan of zichtbaar worden, alsnog verwijzen naar kinderarts. Eenmaal per jaar wordt de, glucose gecontroleerd.
Bariatrische chirurgie Zie WDH nascholing bariatrische chirurgie.
_____________________________________________________________
Deel 3: Casuïstiek
|
Casus 1
U ziet Joep de Vries met zijn moeder. Joep is 13 jarige puber. U zag hem vroeger wel eens in verband met een otitis media. Hij is verwezen door de jeugdverpleegkundige die hem zag in het kader van het periodiek onderzoek. "Belachelijk zegt hij, iedereen in mijn familie is te dik. En ik moet van dat mens naar de huisarts!” Op het begeleidend briefje staat dat hij BMI heeft van 28. Hij is 1.7 meter lang en weegt 80,9 kilo. |
1) Heeft Joep obesitas?
2) Is er volgens de NHG standaard een reden om diagnostiek bij Joep uit te voeren?
3) Welke aanvullende vragen stelt u op dit moment?
- Open vragen over wat voor gevolgen het overgewicht heeft (school/sport/kleding) voor Joep en over de motivatie van zowel Joep als de ouders om de leefstijl te veranderen kunnen belangrijke informatie opleveren. Ook informatie of en wat er al ondernomen is om gewicht te verliezen kan nuttig zijn.
- Een korte voedingsanamnese en bewegingsanamnese kunnen aan bod komen. Het is echter de vraag hoe betrouwbaar deze informatie is.
- U kunt nog vragen stellen over de slaap om zo het slaap-apnoe syndroom uit te sluiten aangezien dit een reden is voor verwijzing.
4) Welke informatie geeft u aan Joep?
De NHG standaard adviseert: Geef een kind met obesitas, en de ouders, de volgende gerichte voorlichting:
- Een gezonde leefstijl geeft gezondheidswinst, ook als het kind niet direct gewicht verliest.
- Gewichtsverlies en -behoud is niet gemakkelijk. Het heeft tijd nodig en het kind heeft de hulp nodig van zowel de ouders als de rest van het systeem (familie, school).
- Bij een toenemende lengte kan gewichtsbehoud succesvol genoemd worden, omdat de BMI afneemt.
5) Doet u aanvullend onderzoek? En zo ja waarom.
Bij kinderen hoeft de huisarts niet de bloeddruk te meten. U vraagt Joep terug te komen om de glucose nuchter te prikken.
6) Vraagt u de groeicurve op?
7) Hoe regelt u het opvragen van de groeicurve?
8) Verwijst u Joep naar de kinderarts?
- Graad 3 obesitas
- Graad 1 of 2 obesitas met een afwijkende glucose (glucose is nog onbekend op dit moment!)
- Symptomen van slaapapneu-syndroom.
- (Seksueel) misbruik en/of affectieve verwaarlozing
- Acanthosis nigricans
- Een verdenking op zeldzame onderliggende aandoeningen.
Als de juiste randvoorwaarden om de diagnostiek zelf te kunnen doen niet aanwezig zijn, verwijst de huisarts alle kinderen met obesitas voor een eenmalig onderzoek naar oorzakelijke aandoeningen en comorbiditeit naar de kinderarts. Tevens verwijst de huisarts naar de kinderarts als het voor de huisarts niet mogelijk is een programmatische aanpak (gecombineerde leefstijl interventie gericht op voeding, bewegen en psychologie) van de obesitas te regelen.
9) Start u zelf met de adviezen van het voedingscentrum en de beweegnorm?
10) De nuchtere glucose blijkt 6.0 te zijn. Wat is uw beleid?
|
Casus 2
Mevrouw de Bo (34 jaar) komt op uw spreekuur. U kent haar als een sterke vrouw die precies weet wat ze wil! U ziet haar regelmatig voor de pijn in haar knieën. Dit keer stelt haar voor een keer onderzoek te laten doen door de specialist. Ze begint te huilen en zegt: elke keer als ik bij een specialist kom zegt hij dat ik moet afvallen. En daar is het dan mee gedaan. Ik wil niet meer naar het ziekenhuis. Mevrouw de Bo is wel obees maar zij heeft u nog nooit hulp gevraagd om af te vallen. |
1) Hoe reageert u?
2) Hoe kijkt u aan tegen obese patiënten en obese vrienden/buren en collega’s?
| Professor Inez de Beaufort doet onderzoek naar de ethische kanten van overgewicht en obesitas en maakt zich zorgen. "Dikke mensen dreigen de paria’s van onze samenleving te worden”, zegt ze in Monitor, het medisch publiekstijdschrift van Erasmus MC. En dat geldt niet alleen voor volwassenen, weet ethicus Marieke ten Have. "Op overgewicht rust een negatief stigma, waar ook kinderen onder lijden. Dikke mensen zouden lui zijn, geen zelfbeheersing hebben en onaantrekkelijk zijn. Campagnes tegen overgewicht die de boodschap hebben dat overgewicht slecht is, dat dikke mensen ongezond en ongelukkig zijn, en een kostenpost vormen voor de maatschappij, versterken het negatieve beeld van dikke mensen nog eens. Sociale uitsluiting begint al zeer jong.” Bron: www.kennislink.nl |
3) Hoe vervolgt u het consult?
4) Mevrouw is 1.70 meter lang en weegt 118.5 kg (BMI 41). Ze wil eigenlijk afvallen tot een BMI van 30. Is dat reëel?
5) U maakt een nieuwe afspraak met mevrouw de Bo. Uit de anamnese blijkt dat mevrouw al 3 jaar een onvervulde kinderwens heeft. Haar menstruatie is onregelmatig. Ze vraagt of haar overgewicht invloed heeft op de kans zwanger te raken. Welke aanvullende vragen stelt u? Welk antwoord geeft u?
U kunt vertellen dat de kans dat mevrouw zwanger raakt inderdaad beïnvloed wordt door haar overgewicht (Ook indien ze geen PCO heeft). Bovendien zijn er meer complicaties te verwachten tijdens de zwangerschap en de bevalling. Deze laatste informatie kan voor u belangrijk zijn om de begeleiding van het afvallen een hogere prioriteit te geven. Het is niet zinnig mevrouw op dit moment met de kennis te overvallen.
6) Mevrouw wordt verwezen naar de fertiliteitpoli. U wilt graag dat ze begeleid gaat worden door een diëtiste en een beweegtherapeut. Heeft u een duidelijk beeld of er in uw buurt samenwerkingsverbanden zijn tussen deze disciplines?
_____________________________________________________________
