wdh

Verdachte huidafwijking

 

Inhoudsopgave

 

Deel 1: Kennis

Deel 2: Consult

Deel 3: Behandeling

Deel 4: Werkafspraak MCC Tergooi

Deel 5: Casuïstiek

Deel 6: Vragen formuleren voor DTO bijeenkomst

 


 

Inleiding

 

Deze nascholing is bedoeld voor huisartsen van de Gho-Go. De nascholing kan gebruikt worden ter voorbereiding op het DTO (Diagnostisch Toets Overleg) . Indien de nascholing niet in het kader van het DTO gevolgd wordt vervalt deel 6.

De kennis die besproken wordt is beperkt. Deze kennis is echter belangrijk om de werkafspraak ‘Verdachte huidafwijking’ uit te kunnen voeren. In deze nascholing is de NHG-Standaard ‘ Verdachte huidafwijkingen’ als leidraad genomen.

De werkafspraak Teledermatologie wordt buiten beschouwing gelaten. Deze mogelijkheid tot overleg is ongeschikt voor gepigmenteerde laesies en bij verdenking op maligniteit.

 


 

Deel 1: Kennis

 

Begrippen


Verdachte huidafwijking
: huidafwijking waarbij volgens de huisarts sprake zou kunnen zijn van een premaligne of maligne huidafwijking.


Premaligne huidafwijkingen
: huidafwijkingen waarvan wordt verondersteld dat zij een verhoogd risico hebben op maligne ontaarding:
-        actinische keratose
-        ziekte van Bowen
-        lentigo maligna
-        atypische/dysplastische naevus


Maligne huidafwijkingen:

-        basaalcelcarcinoom
-        plaveiselcelcarcinoom (inclusief het kerato-acanthoom)
-        melanoom

Moedervlek/ naevus/ melanocytaire naevus /naevus naevocellularis :
een goedaardige huidafwijking opgebouwd uit melanocyten.


Niet-huidkleurig:
donkerder dan de huid van de patiënt, of andere kleur, zoals blauw of rood. Bij het bepalen van de kleur wordt roodheid door erytheem (dat berust op lokale vaatverwijding, en dus bij druk verdwijnt) buiten beschouwing gelaten.


 

Algemeen

De belangrijkste etiologische factor bij (pre)maligne huidafwijkingen is overmatige blootstelling aan uv-licht, waardoor het DNA van de huid irreversibel beschadigd raakt. Zowel uv-A- als uv-B-straling is hiervoor verantwoordelijk

Risicogroepen:

-        Een licht huidtype
-        Eerder Actinische Keratose , Basaalcel- of Plaveiselcelcarcinoom
-        Pigmentstoornissen, zoals Albinisme (maar niet Vitiligo)
-        Afwijkingen in het DNA-herstelmechanisme van de huid, zoals Xeroderma Pigmentosum
-        Een gestoorde immuniteit, al dan niet door het gebruik van immunosuppressiva

RIVM 2017:

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) verwacht dat het aantal mensen met huidkanker de komende twintig jaar verdubbelt of in het ergste geval vervijfvoudigt. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek naar de effecten van uv-straling.

Sinds 1990 is het aantal mensen met huidkanker verviervoudigd. Dat is meer dan bij andere soorten kanker. "We zijn ons meer gaan blootstellen aan de zon", zegt Harry Slaper van het RIVM. "Toename van de vrije tijd, dragen van minder bedekkende kleding en vakanties in zonrijke gebieden kunnen daarbij een rol spelen."

Ook de vergrijzing speelt een rol. In de jaren 60 en 70 lieten Nederlanders zich onbekommerd bruinbakken. Die generaties ondervinden nu de gevolgen.

In Nederland krijgen elk jaar 51.000 mensen de diagnose huidkanker. Van hen overlijden er ongeveer 920 mensen. Nederland staat op de tweede plek in de lijst met Europese landen waar huidkanker het meest voorkomt. De koploper is Zwitserland

 

(Pre)maligne aandoeningen

Actinische keratose

Tgv een verstoorde verhoorning, ontwikkelt zich soms (per laesie minder dan 1% per jaar) tot een plaveiselcelcarcinoom. Bij meer laesies is het cumulatieve risico verhoogd.

Ruim een derde van de Nederlandse bevolking ouder dan 50 jaar heeft actinische keratose.

Thuisarts.nl: Ik heb actinische keratose >> 



afbeelding 1 actinische keratose (Bron: www.huidziekten.nl)


Basaalcelcarcinoom
(ontstaat uit keratinocyten)

Naar schatting krijgt één op de vijf Nederlanders in zijn leven één of meerdere basaalcelcarcinomen. De gemiddelde leeftijd waarop patiënten een eerste basaalcelcarcinoom krijgen is 65 jaar. Het cumulatieve vijfjaarsrisico op een tweede basaalcelcarcinoom is 30 tot 40%. Het basaalcelcarcinoom metastaseert vrijwel nooit (naar schatting bij 0,03% van de patiënten), maar kan door zijn invasieve groei grote lokale destructie van aangrenzende weefsels veroorzaken.

Vier histologische groeitypes:
1)         Nodulair
2)         Superficieel
3)         Sprieterig
4)         Micronodulair.

afbeelding 2 basaalcelcarcinoom (Bron: www.huidziekten.nl)

Het risico op recidieven wordt bepaald door:
-        histologische groeitype
-        lokalisatie van het basaalcelcarcinoom (tabel 1).

Lokalisatie in de H-zone (afbeelding 3) geeft een verhoogd risico op infiltratieve groei vanwege de daar aanwezige embryonale splijtlijnen.

In aanwezigheid van een of meer hoogrisicokenmerken moet een basaalcelcarcinoom agressiever behandeld worden dan zonder aanwezigheid hiervan.

Thuisarts.nl: Ik heb basaalcelkanker >>

Tabel 1 - Basaalcelcarcinoom: kenmerken die gepaard gaan met een verhoogd risico op recidieven

Lokalisatie H-zone: ogen, oren, lippen, neus, nasolabiale plooi
Grootte ≥ 2 cm
Eerdere therapie recidieftumor (op dezelfde plaats)
Histologisch groeitype sprieterig, micronodulair

 

afbeelding 3 De H-zone


Ziekte van Bowen

De ziekte van Bowen is de in situ vorm van het plaveiselcelcarcinoom. Men vermoedt dat de ziekte van Bowen ≥2 cm of een recidief een hoger risico geeft op maligne ontaarding.

Afbeelding 4 M. Bowen (Bron www.huidziekten.nl)

Thuisarts.nl: ik heb de huidziekte van Bowen >> 

Plaveiselcelcarcinoom (ontstaat uit keratinocyten)

De gemiddelde leeftijd waarop patiënten een eerste plaveiselcelcarcinoom krijgen is 74 jaar. Het  kan zich ontwikkelen in een actinische keratose of de ziekte van Bowen, maar kan ook de novo ontstaan.

Verhoogd risico:
-        Blootstelling aan ioniserende straling of arsenicum
-        PUVA-behandeling
-        Chronische wonden, littekens, brandwonden, ulcera of fistels
-        HPV-infectie
-        Roken

Na een plaveiselcelcarcinoom is het cumulatieve vijfjaarsrisico op een tweede plaveiselcel- of basaalcelcarcinoom ongeveer 35 tot 40%.

De prognose van het plaveiselcelcarcinoom hangt af van het stadium van de tumor. Dit wordt onder andere bepaald door de grootte en dikte van de tumor, eventuele doorgroei in omliggende weefsels en eventuele metastasering. Gemiddeld treedt metastasering van een plaveiselcelcarcinoom op bij ongeveer 2% van de patiënten, gemiddeld twee jaar na de initiële behandeling. Meestal gaat het daarbij om metastasering naar regionale lymfklieren. De tienjaarsoverleving is 91%.

Thuisarts.nl: ik heb plaveiselcelkanker >>

Afbeelding 5 plaveiselcelcarcinoom (Bron www.huidziekten.nl)

Kerato-acanthoom

Het kerato-acanthoom is een huidtumor met centrale hoornprop, die moeilijk te onderscheiden is van een goed gedifferentieerd plaveiselcelcarcinoom. Daarom wordt het qua diagnostiek, verwijzing en follow-up beschouwd als een plaveiselcelcarcinoom.

Thuisarts.nl: ik heb een kerato-acanthoom >>

Cornu cutaneum

Het cornu cutaneum is een hoornpilaar die zich kan ontwikkelen in een actinische keratose of plaveiselcelcarcinoom, maar ook in een verruca seborrhoica of seborroïsch eczeem.

Atypische naevus ( klinische diagnose) = dysplastische naevus (histologische diagnose)

Vijf of meer atypische naevi doet het risico op een melanoom met een factor zes toenemen. De meeste melanomen lijken de novo te ontstaan.Het risico dat uit een atypische naevus een melanoom ontstaat, is zeer klein.

Thuisarts.nl: ik heb een moedervlek >>

Lentigo maligna

De lentigo maligna is de meestvoorkomende vorm van het in situ melanoom. Het cumulatieve tienjaarsrisico voor patiënten met een lentigo maligna op een (lentigo maligna) melanoom is 1,0% -2

Melanoom (ontstaat uit melanocyten)

Vier histologische groeitypes:
1)         Superficieel spreidend
2)         Nodulaire
3)         Lentigo maligna
4)         Acrolentigineus

De incidentie is in Nederland de laatste 25 jaar ruim verdubbeld naar 0,29 per 1000 personen

Risicofactoren:
-        Congenitale naevi groter dan 20 cm doorsnede (op volwassen leeftijd)
-        Honderd of meer moedervlekken
-        Vijf of meer atypische naevi
-        FAMMM-syndroom= Familiar Atypical Multiple Mole Melanoma syndrome

Door genmutaties is er een sterk verhoogd risico op een melanoom (voorheen dysplastisch naevussyndroom genoemd). Het lifetime-risico loopt op tot 70%. In deze families is ook de incidentie van pancreastumoren verhoogd.

De prognose van het melanoom hangt af van het stadium van de tumor.

Stadium wordt bepaald door:
-        Dikte van de tumor (Breslowdikte)
-        Mitoseactiviteit
-        Ulceratie of metastasering

Gemiddeld is de tienjaarsoverleving na een melanoom 83%. Een melanoom met Breslowdikte≤1 mm leidt gemiddeld niet tot een verminderde vijfjaarsoverleving.

Thuisarts.nl: ik word onderzocht op een melanoom >>

 

Deel 2: Consult

 

Anamnese

-       de duur van het bestaan van de huidafwijking
-       eventuele veranderingen sinds het ontstaan (groei, vorm, kleur)
-       klachten, zoals jeuk, pijn en bloeden
-       blootstelling aan de zon in het verleden
-       zonverbranding in het verleden: leeftijd, frequentie, blaren en locatie daarvan
-       voorgeschiedenis huidkanker
-       immuundeficiëntie (bijvoorbeeld het gebruik van immunosuppressieve medicatie)
-       rookgedrag, familieanamnese melanoom (vraag bij bevestigend antwoord bij wie en of er ook pancreastumoren voorkomen)

Beoordeel

-       het huidtype. Het lichtste type is type 1. Dit houdt in: lichte huid, sproeten, rossig tot lichtblond haar, lichte kleur ogen, snel verbrandend, bijna niet bruinend. Het donkerste type is type 6. Dit betreft negroïde
        patiënten
-       of er sprake is van actinische schade, zoals rimpels (gezicht, decolleté), telean-giëctasieën en gehyper- of hypopigmenteerde maculae.

 

Lichamelijk onderzoek

Stap 1

Bepaal aan de hand van de kleur en het oppervlak tot welke groep differentiaaldiagnoses de huidafwijking behoort

•    huidkleurige afwijking met een glad oppervlak: zie tabel 2 NHG standaard >>
•    huidkleurig met keratotisch/schilferend oppervlak: zie tabel 3 NHG standaard >>
•    niet-huidkleurige afwijking met een glad oppervlak: zie tabel 4 NHG standaard >>
•    met een keratotisch/schilferend oppervlak: zie tabel 5 NHG standaard >>

Stap 2

Vergelijk de huidafwijking voor verdere differentiatie aan de hand van de volledige PROVOKE-kenmerken met de huidafwijkingen in de relevante tabel.

PROVOKE

P: plaats/lokalisatie
R: rangschikking (bij multipele huidafwijkingen, hier meestal niet relevant)
O1: omvang/afmetingen
V: vorm
O2: oppervlak/omtrek: glad/keratotisch/squameus/papillomateus, scherpte van begrenzing
K: kleur
E: efflorescentie: plaque, macula, ulcus, papel, nodu(lu)s)
Bij diagnose àvue: verifieer de diagnose aan de hand van de relevante tabel.


Stap 2a (bij moedervlekken/naevi)


Bepaal bij huidafwijkingen waarbij op basis van stap 2 sprake lijkt te zijn van een moedervlek met behulp van het ABCDE-acroniem en het ‘ugly duckling sign’ in hoeverre kenmerken van een melanoom aanwezig zijn. Ga ook na of sprake is van een atypische naevus.

ABCDE-acroniem

Asymmetrie
Begrenzing (wisselend scherp/onscherp)
Color (niet-egale kleur, dit kan ook wit, blauw of rood zijn)
Diameter (≥6 mm)
Evolutie (verandering/ groei)

‘Ugly duckling sign’
Ga na of en in welke mate de moedervlek afwijkt van overige moedervlekken bij dezelfde patiënt. Bij een duidelijk verschil (positief ‘ugly duckling sign’) kan een vermoeden ontstaan van een melanoom.

Atypische naevi
Men noemt een naevus atypisch als er sprake is van een maculeuze of vlakke naevus met drie of meer kenmerken van atypie:
1)    asymmetrie
2)    onscherpe begrenzing
3)    niet-egale maar wel uitsluitend bruine kleur
4)    diameter ≥ 5 mm,
5)    rondom erytheem.

Maak bij vermoeden van een atypische naevus een foto van de huidafwijking en herbeoordeel de patiënt na zes tot twaalf weken. Pas als ook dan ook geen aanwijzingen bestaan voor een melanoom, kan de waarschijnlijkheidsdiagnose atypische naevus gesteld worden.
 
Stap 3

Stel een waarschijnlijkheidsdiagnose en eventueel differentiaaldiagnose en betrek hierin de inschatting van het risico op huidkanker bij de betreffende patiënt .

Stap 4

Inspecteer bij een verdachte huidafwijking de volledige huid. Denk hierbij ook aan voetzolen, handpalmen en de huid tussen de vingers en tenen.

 

Aanvullend onderzoek

Verricht bij een vermoeden van een (pre)-maligne huidafwijking histopathologisch onderzoek, afhankelijk van de vermoedelijke aandoening door middel van een stansbiopt of diagnostische excisie tenzij sprake is van:

  • een verwijsindicatie of reden om te verwijzen op basis van overige overwegingen
  • een sterk vermoeden van een actinische keratose (klinische diagnose volstaat)
  • een sterk vermoeden van een atypische naevus (klinische diagnose volstaat).

 PRINTVERSIE: Stroomschema - Diagnostiek verdachte huidafwijkingen - KLIK HIER>>

Informatie voor de patient via www.thuisarts.nl

➢       Ik heb actinische keratose >>
➢       Ik heb plaveiselcelkanker >>
➢       Ik heb basaalcelkanker >>|
➢       Ik heb de huidziekte van Bowen >>
➢       Ik heb een ouderdomswrat >>
➢       Ik heb een keratoacanthoom >>
➢       Ik heb moedervlekken >>
➢       Ik heb een moedervlek die ik niet vertrouw >>
➢       Ik laat een moedervlek weghalen >>
➢       Ik heb een melanoom (uitgebreide informatie) >>

 

 

Deel 3: Diagnostiek

 

Histopathologisch onderzoek

Algemeen

  • fotografeer de verdachte huidafwijking vooraf, zodat een eventueel later betrokken dermatoloog de uitgangssituatie kan beoordelen;
  • voorkom verknijpingsartefacten en plaats het pincet niet op de huidafwijking

 Aanvullend onderzoek moedervlek

  • verricht een diagnostische excisie met een excisiemarge van 2 mm, tot in de subcutis
  • excideer in de richting van het regionale lymfklierstation (dit is niet altijd in de richting van de huidlijnen) en excideer in de lengterichting van de extremiteit;
  • markeer door middel van een hechting het proximale deel van het verwijderde weefsel.

 Aanvullend onderzoek overige verdachte huidafwijkingen

  • neem een stansbiopt met een minimale doorsnede van 3 mm (bij biopten vanaf 4 mm is hechten met hechtdraad, weefsellijm of hechtpleister nodig)
  • neem biopten in het deel van de huidafwijking met de meest typerende kenmerken;

 Informatie bij PA-aanvraag

Stuur bij de PA-aanvraag de volgende informatie mee:
-       anamnestische gegevens: sinds wanneer opgemerkt, recente verandering, verschijnselen zoals jeuk of bloeden, afmetingen
-       klinische diagnose en differentiaaldiagnose
-       sterkte van vermoeden van (pre)maligne aandoening
-       aard van de ingreep
-       bij excisie de excisiemarge
-       (schematische) tekening met plaats van laesie gemarkeerd
-       vraagstelling.

 

Deel 4: Werkafspraak

 

Verdachte huidafwijking

Algemeen
Bij een sterke verdenking op huidkanker kan verwezen worden naar het Huidkanker Expertisecentrum van Tergooi. Triage geschiedt nav de verwijsbrief , de dermatoloog ziet de patiënt bij voorkeur binnen een week en stuurt zo nodig materiaal in voor versneld PA onderzoek. Na het stellen van de diagnose volgt het behandeltraject, afhankelijk van de aandoening.

Zie de algemene patiëntenfolder Huidkanker Expertisecentrum op de website van Tergooi >>.

Eenmaal per week is er een multidisciplinair spreekuur oor meer ingewikkelde problematiek. De dermatoloog ziet dan de patient samen met de plastisch chirurg. Operatieve behandeling vindt plaats op de polikliniek Dermatologie, Plastische Chirurgie of in dagbehandeling op de operatiekamer van Tergooi.

Biopsie door Huisarts
Bij gepigmenteerde laesies, in het bijzonder verdenking melanoom, is meestal directe verwijzing geïndiceerd. Bij de ongepigmenteerde laesies met verdenking huidkanker* (zie onder) kan de huisarts de patiënt verwijzen of eerst een stansbiopt nemen** (zie onder) en dat opsturen naar de afdeling Pathologie. De uitslag van het biopt bepaalt vervolgens mede het beleid bij de eventuele excisie van de laesie.

* ongepigmenteerde laesies met verdenking huidkanker

  • basaalcelcarcinoom
  • plaveiselcelcarcinoom
  • actinische keratose
  • keratoacanthoom
  • huidadnextumor

** stansbiopt nemen (zie filmpje >>)

  • lichaam bij voorkeur 3mm
  • gezicht 2mm, cave: ook 2mm biopt geeft in het gezicht litteken, daarom bij voorkeur hechten

Verwijsbrief: Algemeen beleid dermatologie
Een verwijzing van de huisarts heeft geen verlooptermijn, tenzij de specialistische behandeling afgesloten wordt en dit als zodanig vermeld staat in de brief aan de huisarts. De dermatologen van Tergooi verzoeken echter, indien er meer dan 3 jaar verstreken is na het laatste poli-bezoek van de patiënt, een nieuwe beoordeling en verwijzing van de huisarts. De aard van de aandoening is na zo’n lange tijd vaak veranderd en de aandoening is blijkbaar niet zodanig ernstig dat er een tussentijdse specialistische controle nodig is geweest. Vaak blijkt dat het dan niet gaat om de oorspronkelijke zorgvraag. Een hernieuwde verwijzing is dan gerechtvaardigd.

Als een patiënt tijdens het polibezoek ook een vraag stelt over een andersoortige aandoening (andere zorgvraag) wordt hij hiervoor ip retour huisarts verwezen, omdat er dan een nieuwe verwijzing nodig is volgens de regels van de zorgverzekeraar. Voor een aandoening die sowieso tweedelijns behandeling nodig heeft qua urgentie of ernst (bv bevinding van een melanoom tijdens eczeemcontrole) kan evt. intern verwezen worden (eigen verwijzing dermatoloog) en wordt dus niet om een nieuwe verwijzing gevraagd maar dit komt ip uitzonderlijk voor.

Huisarts
Verwijsbrief met ‘Huidkanker Expertisecentrum’ via ZorgDomein > Dermatologie > pre-maligne afwijkingen> huidkankerpolikliniek Vermelding :Werkdiagnose, locatie afwijking en eventuele gegevens PA biopt.

Patiënt
Kan zelf de afspraak maken met de poli dermatologie. Telefoon: 088-7531120

Specialist
De dermatoloog ziet de patiënt zo snel mogelijk, bij voorkeur binnen een week. Stuurt digitaal bericht naar de huisarts na het stellen van de diagnose met daarin het behandelplan. De specialist stuurt digitaal bericht na een operatieve ingreep.

 

Deel 5: Casuïstiek

 

Deze casuïstiek is met name bedoeld om de eerder besproken theorie te gebruiken in ‘de praktijk’ .

Casus mevrouw De Groen:

U ziet mevrouw de Groen zelden op het spreekuur. Ze gebruikt geen medicatie. Ze heeft een wondje op haar bovenarm wat niet wil genezen. Haar zus heeft pas te horen gekregen dat ze een melanoom heeft en mevrouw De Groen is ongerust over haar wondje.



Vraag 1:
Welke vragen stelt u om meer over het wondje te weten te komen?

 


Feedback vraag 1 >>

 

Vraag 2:

Bron huidarst.com

Welke uitingen van actinische schade kunt u mogelijk bij uw patiënte zien voordat zij zich uitkleedt? (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

  1. rimpels gezicht en decolleté
  2. teleangiëctastieën
  3. hyperpigmentaties
  4. hypopigmentaties

Feedback vraag 2 >>

 

Vraag 3:
In welke tabel van de NHG standaard zou u moeten kijken om aan de hand van de kleur en het oppervlak te beslissen tot welke groep differentiaaldiagnoses de huidafwijking behoort

  1. huidkleurige afwijking met een glad oppervlak: zie tabel 2 NHG standaard
  2. huidkleurig met keratotisch/schilferend oppervlak: zie tabel 3 NHG standaard
  3. niet-huidkleurige afwijking met een glad oppervlak: zie tabel 4 NHG standaard
  4. met een keratotisch/schilferend oppervlak: zie bijlage tabel 5 NHG standaard

Feedback vraag 3 >>

 

Vraag 4:
Waar staat PROVOKE voor:

P:   ........................
R:   ........................
O1: ........................
V:   ........................
O2: ........................
K:   ........................
E:   ........................

Feedback vraag 4 >>

 

Vraag 5:
Welke beschrijving(en) van PROVOKE is/zijn bij deze huidafwijking niet juist? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

  1. Plaats bovenarm
  2. Rangschikking alleenstaand voor zover op deze afbeelding te beoordelen
  3. Oppervlakte glad
  4. Kleur huidkleurig

Feedback vraag 5 >>

 

Vraag 6:
U denkt aan de hand van voorafgaande informatie aan een superficieel basaalcelcarcinoom. De afwijking is 1,6 cm. Patiënte heeft nog nooit een basaalcelcarcinoom gehad.

Is er sprake van een verhoogd risico op recidieven op grond van:

Lokalisatie juist niet juist
De grootte juist niet juist
Recidief op deze plaats juist niet juist
Histologie juist niet juist


Feedback vraag 6 >>

 

Vraag 7:
Zie stroomschema 1: wat is de gewenste volgende stap volgens dit stroomschema >>:

  1. Afwachten, herbeoordeling 6-12 weken
  2. Stansbiopt ≥ 3mm
  3. Diagnostische excisie met marge 2 mm in richting regionaal lymfeklierstation
  4. Verwijzen

Feedback vraag 7 >>

 

Vraag 8:
Patiënte vraagt welke behandelingen mogelijk zijn indien er inderdaad sprake is van een superficieel basaalcelcarcinoom. Welke informatie geeft u?

Feedback vraag 8 >>

 

Vraag 9:
Uw patiënte vraagt waarom u de huidafwijking niet direct weghaalt. Uiteindelijk gaat het PA onderzoek ten kosten van haar eigen risico. Weet u wat het PA onderzoek kost?

Feedback vraag 9 >>

 

 

Casus mijnheer Lokveld

U ziet mijnheer Lokveld van 54 jaar. Hij moest van zijn vrouw naar de dokter. Zijn moeder is overleden aan een melanoom en zijn oom is overleden aan prostaatkanker. Hij heeft heel erg veel moedervlekken op zijn gehele lichaam en zijn vrouw wil dat u hem controleert. Ze heeft gelezen dat een melanoom familiair kan voorkomen.

 

Vraag 1:
Welke van de volgende bewering(en) is/zijn waar:

I  Bij het Familiar Atypical Multiple Mole Melanoma (FAMMM) syndroom loopt het life-time risico op een melanoom op tot 70%

II In deze families met FAMMM syndroom is de incidentie van prostaatkanker verhoogd

  1. Bewering I. en II zijn juist
  2. Alleen bewering I is juist
  3. Alleen bewering II is juist
  4. Geen van de beweringen zijn juist

Feedback vraag 1 >>

 

Vraag 2:
Welke factoren geven een verhoogd risico op melanomen?

  1. Congenitale naevi groter dan 20 cm doorsnede (op volwassen leeftijd)
  2. 100 of meer moedervlekken
  3. 5 of meer atypische naevi
  4. Meerdere familieleden aan 1 kant hebben een melanoom

Feedback vraag 2 >>

 

Vraag 3:
U ziet heel veel moedervlekken. Welke 5 kenmerken volgens het ABCDE acroniem kunt u noemen van een atypische naevus

  • A van   ……….
  • B van   ……….
  • C van   ……….
  • D van   ……….
  • E van   ……….

Feedback vraag 3 >

 

Vraag 4:


Bron: huidarts.com

Een huidafwijking rechts op de thorax valt u direct op : het zogenaamde ugly duckling sign. Zie bovenstaande afbeelding. In welke tabel van de NHG standaard zou u moeten kijken om aan de hand van de kleur en het oppervlak te beslissen tot welke groep differentiaaldiagnoses de huidafwijking behoort:

  1. huidkleurige afwijking met een glad oppervlak: zie tabel 2 NHG standaard
  2. huidkleurig met keratotisch/schilferend oppervlak: zie tabel 3 NHG standaard
  3. niet-huidkleurige afwijking met een glad oppervlak: zie tabel 4 NHG standaard
  4. met een keratotisch/schilferend oppervlak: zie bijlage tabel 5 NHG standaard

Feedback vraag 4 >>

 

Vraag 5:
Met behulp van PROVOKE (asymmetrisch, wisselend scherp en onscherp begrensd, onregelmatig gepigmenteerd met erythemateuze basis komt u tot de waarschijnlijkheidsdiagnose superficieel spreidend melanoom

Zie stroomschema 1: wat is de gewenste volgende stap volgens dit stroomschema >> :

  1. Afwachten, herbeoordelen 6-12 weken
  2. Stansbiopt ≥ 3mm
  3. Diagnostische excisie met marge 2 mm in richting regionaal lymfeklierstation
  4. Verwijzen

Feedback vraag 5 >>

 

Vraag 6:
U besluit te verwijzen volgens de werkafspraak Huidkankercentrum. Welke folder geeft u mee aan de patiënt ?

 

Feedback vraag 6 >>

 

Deel 6: Leerdoel / vragen formuleren voor bijeenkomst

 

Na deze digitale nascholing komen er vast vragen in u op.

Opdracht:

Formuleer 5 vragen. Neem deze vragen ook mee naar de bijeenkomst! Tenminste 2 vragen moeten gaan over het verwijzen volgens de werkafspraak. Andere vragen mogen theoretische vragen zijn. U kunt ook vragen opstellen waarvan u hoopt dat uw collega huisartsen u ideeën aan de hand zouden kunnen doen(Bijvoorbeeld over de praktijkorganisatie rondom deze werkafspraak).